Een grote hoeveelheid mensen die in een winkelstraat lopen. De foto is genomen in tegenlicht.

Beeld: istockphoto.com/Nastco

Dit is een blogpost

En dit is de inleiding voor de blogpost… Vaak wordt gevraagd waarom intersekse mensen niet zichtbaar zijn in de maatschappij. Het eenvoudige antwoord luidt: ‘door stigma en geheimhouding’. Om die zichtbaarheid te vergroten, is het belangrijk om te weten hoe mensen in het algemeen met stigma omgaan. Maar ook is het belangrijk om het einddoel van het beëindigen van stigma en geheimhouding te kennen. Dit artikel begint met een theoretische onderbouwing van de vraag waarom intersekse mensen niet zichtbaar zijn in de maatschappij en daarna wordt ingegaan op de vraag wat een coming-out nu nog in de weg staat.

Hier komt de tekst voor de blogpost

Hoewel intersekse voor de meeste mensen niet hun enige identiteit is (als zoiets al bestaat) is het wel onderdeel van wat de Engelse sociaal-psycholoog Henri Tajfel definieert als ‘sociale identiteit’.1Tajfel definieert sociale identiteit als “that part of the individuals’ self-concept which derives from their knowledge of their membership of a social group (or groups) together with the value and emotional significance of that membership” (Tajfel 19824Tajfel H. Social Psychology of Intergroup Relations. Annual review of psychology. 1982;33(1):1-39. https://doi.org/10.1146/annurev.ps.33.020182.000245 ). Voor de zichtbaarheid van intersekse in de samenleving gaat het niet alleen om het behoren tot groepen, maar ook om het juist niet (willen) behoren tot een groep. Wat vaak een ‘coming out’ wordt genoemd – het vertellen aan anderen dat je ‘anders’ bent – betekent ook dat de sociale identiteit verandert: degene die uitkomt voor het anders zijn, verlaat een groep en gaat deel uitmaken van een andere groep. Maar de betrokken groepen zijn complexer dan alleen ‘geen coming-out’ en ‘wel coming out’.

De Amerikaanse socioloog-antropoloog Richard Troiden beschreef in 1988 de fases van de ontwikkeling van een homoseksuele identiteit. Daarbij spelen vijf  ‘stigma-management strategies’ een rol: capitulate, minstrelization, passing, group affilliation en commitment (Troiden 19882Troiden RR. Homosexual Identity Development. Journal of Adolescent Health Care. 1988;9(2):105-113. https://doi.org/10.1016/0197-0070(88)90056-3 ).2Eerder had Goffman drie strategieën beschreven om stigma te neutraliseren: minsterlization, normification, en militant chauvinism.

Minsterlization: als je het gevoel hebt een buitenbeentje te zijn, kun je de verschillen tussen jezelf en de dominante groep uitvergroten in de hoop beter geaccepteerd te worden.

Normification: als je de strijd met de dominante groep niet wilt aangaan, kun je proberen de verschillen met de dominante groep te minimaliseren door de overeenkomsten te benadrukken en de verschillen af te doen als onbelangrijk.

Militant chauvinism: feitelijk rolomkering; hierbij maak je de verschillen met de dominante groep zo groot mogelijk – indien nodig overdrijf je de verschillen. Tegelijk frame je de verschillen als superieur in plaats van inferieur. (Goffman 19633Goffman E. Stigma: Notes on the Management of Spoiled Identity. New York: Touchstone Books; 1963. )

Deze drie strategieën komen gedeeltelijk overeen met wat Troiden beschrijft maar Troiden lijkt hier beter aan te sluiten bij wat in de praktijk bij een coming-out gebeurt.
Deze strategieën zijn te vertalen naar de strategieën die bij intersekse worden gebruikt en de gebruikers van deze strategieën vormen van elkaar te onderscheiden sociale groepen:

  • Capitulate – het negeren van intersekse omdat er een geïnternaliseerde stigmatiserende visie op intersekse bestaat.3Een voorbeeld van capitulate is de intersekse vrouw die er veel moeite mee heeft dat 46,XY DSD, een vereenvoudigde vorm van haar diagnose, prominent vermeld staat in haar digitale medisch dossier. Zij zou liever zien dat ‘een neutralere vorm’ als ‘Androgeen Ongevoeligheid Syndroom’ wordt gebruikt, hoewel uit haar verhaal blijkt dat deze laatste diagnose misschien onjuist is. Bovendien wil zij dat de diagnose in een extra versleuteld deel van het digitale dossier komt te staan.
  • Minsterlization – hierbij wordt interseke beleeft op de sterk stereotype manier zoals de populaire cultuur dat dicteert. De verschillen tussen de gestigmatiseerde en de dominante groep worden hierbij bewust overdreven. Genderbending kan een uiting zijn die bij deze strategie hoort, maar ook het op stoere toon bespreken van de gevolgen van de medische behandeling.4Een Amerikaanse nieuwszender zond in 2015 een item uit over het verkopen van lichaamsdelen ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. Voor een testis wordt, volgens deze zender, 35.000 dollar betaald. Een vrouw die in haar jeugd een gonadectomie had ondergaan reageerde hierop met “Dan heb ik nog 70.000 dollar tegoed van mijn arts”. Dit is een voorbeeld van minsterlization. Dit hoeft niet te betekenen dat de persoon die deze stratiegie gebruikt ook werkelijk ‘out’ is.
  • Passing – zich gedragen als iemand zonder intersekseconditie is waarschijnlijk de meest voorkomende stigma-ontwijkende techniek. Mensen die voor ‘passing’ kiezen zijn zich bewust van hun intersekseconditie, maar presenteren zich naar collega’s, vrienden en soms zelfs familie als ‘gewoon’ man of ‘gewoon’ vrouw. Zij leiden een dubbelleven waarbij zij hun ervaringen strikt delen in een omgeving waar intersekse bespreekbaar is (bijvoorbeeld naaste familie, ziekenhuizen, patiëntenorganisaties, supportgroepen op het internet) en een omgeving waarin dat juist niet bespreekbaar is (bijvoorbeeld werk, vriendenkring, sportorganisaties).5Bij passing past iemand met een intersekseconditie zich zover mogelijk aan en zal situaties waarbij aanpassing niet mogelijk is vermijden. Meisjes nemen bijvoorbeeld tampons mee naar school terwijl zij nooit menstrueren en jongen gaan niet op sportclubs als zij daar het risico lopen gezamenlijk te moeten douchen. Het komt voor dat meisjes zich hypervrouwelijk gedragen en kleden en jongens sterk machogedrag vertonen om maar niet af te wijken van het beeld dat zij hebben van hun leeftijdgenoten.
  • Group affiliation – deze strategie wordt vooral gebruikt door ‘nieuwelingen’. Mensen die nog maar kort weten dat zij een intersekseconditie hebben zoeken de bescherming van bijvoorbeeld een patiëntenorganisatie of een supportgroep op het internet om daar te praten over intersekse. Het gevoel bij een groep te horen verlicht de pijn van het stigma, maar daarbuiten wordt gekozen voor bijvoorbeeld de passing-strategie.6Deze strategie wordt ook door ouders dikwijls gevolgd. Zij zoeken aansluiting bij een patiëntenorganisatie omdat dit voor hun gevoel de enige plek is waar zij ‘openlijk’ kunnen praten over intersekse. Buiten de patiëntenorganisatie kiezen zij dan voor de capitulate-strategie. Jongeren die group affiliation als strategie gebruiken, zijn dikwijls nog maar kort met het onderwerp bezig en zijn op zoek naar de strategie die zij buiten de patiëntenorganisatie of online supportgroep willen gaan gebruiken.
  • Commitment – Strikt genomen is dit geen manier om met stigma te ontwijken, maar aanvaarding. Commitment betekent dat intersekse wordt gezien als een vaststaand bestanddeel van het leven. Dit heeft gevolgen voor de persoon zelf, maar ook voor zijn omgeving.

Voor de intersekse persoon betekent commitment dat aanvaard wordt dat sekse een continuüm is, een spectrum met oneindig veel mogelijkheden tussen de uitersten ‘man’ en ‘vrouw’. De plaats waar men zichzelf op dat spectrum plaatst, zal zelden ‘het midden’ zijn en heeft niet per se een relatie met de positie in dat andere spectrum, gender; intersekse mensen plaatsen zich in het genderspectrum vaak op of dicht bij de uitersten.

Commitment betekent dat intersekse ook merkbaar onderdeel kan gaan uitmaken van de persoonlijke identiteit. Er zijn relatief veel voorbeelden van vrouwen met het androgeen ongevoeligheid syndroom die hun commitment hebben uitgedrukt via een tattoo van een orchidee – een bloem die zijn naam te danken heeft aan de gelijkenis met de mannelijke interne geslachtsorganen, de testes. Maar ook in de communicatie met anderen kan commitment van invloed zijn: de ‘coming out’.7Troiden gaat in zijn artikel verder in op verschillende soorten van commitment. Lang niet altijd resulteert commitment in wat Troiden conversion noemt; een uitbundige coming-out waarbij de strijd met het stigma wordt aangegaan en gestreefd wordt naar sociale verandering. Het is volgens Troiden ook mogelijk dat gekozen wordt voor covering ( tone down homosexuality to show ‘respectability’) en blending (gay identity neither announced nor denied). Het is niet onaannemelijk dat ook intersekse mensen dergelijke strategieën volgen bij hun coming out.

Op dit moment maakt het merendeel van de intersekse mensen gebruik van twee stigma-ontwijkende strategieën: capitulate en passing. Dat verklaart waarom 85.000 mensen, een niet geringe groep, toch zo onzichtbaar is.

Maar deze vormen van negeren zijn niet zonder gevolg. Hoewel mensen die een stigma-ontwijkende strategie gebruiken verwachten dat zij hier voordeel van hebben, blijkt het tegendeel – hun omgeving merkt dat er iets wordt verborgen, zij voelen zich minder betrokken bij anderen en hebben vaak te maken met uitsluiting.(Newheiser 20141Newheiser A-K, Barreto M. Hidden Costs of Hiding Stigma: Ironic Interpersonal Consequences of Concealing a Stigmatized Identity in Social Interactions. Journal of experimental social psychology. 2014;52(0):58-70. https://doi.org/10.1016/j.jesp.2014.01.002 )

Daarom moet gewerkt worden aan een samenleving waarin intersekse mensen vrijelijk aan andere kunnen vertellen over hun gevoelens en ervaringen.

1Newheiser A-K, Barreto M. Hidden Costs of Hiding Stigma: Ironic Interpersonal Consequences of Concealing a Stigmatized Identity in Social Interactions. Journal of experimental social psychology. 2014;52(0):58-70. https://doi.org/10.1016/j.jesp.2014.01.002
2Troiden RR. Homosexual Identity Development. Journal of Adolescent Health Care. 1988;9(2):105-113. https://doi.org/10.1016/0197-0070(88)90056-3
3Goffman E. Stigma: Notes on the Management of Spoiled Identity. New York: Touchstone Books; 1963.
4Tajfel H. Social Psychology of Intergroup Relations. Annual review of psychology. 1982;33(1):1-39. https://doi.org/10.1146/annurev.ps.33.020182.000245